Plassen met de wind mee

Andre van Duin liggend GvT 
Na tien jaar afwezigheid in het theater trekt André van Duin met een jubileumshow het land in. Om zijn veertigjarig artiestenjubileum luister bij te zetten. “En omdat Joop van den Ende als een gek allemaal theaters aan het bouwen is en die moeten vol”, schertst Van Duin. In zijn eigen theatercafeetje aan een van de Amsterdamse grachten vertelt André over zijn nieuwe voorstelling, zijn homo-zijn, over Rotterdam en Deventer, maar vooral over zijn geliefde Amsterdam.

Veertig jaar bühne, televisie, film en radio hebben van André van Duin een theaterman in hart en nieren gemaakt. Zelfs thuis komt hij niet los van de showbizzwereld. In zijn statige herenhuis aan de Amsterdamse grachten heeft hij een theatercafé ingericht compleet met bar, rood pluchen gordijnen, bordjes Niet roken, asbakken en een ouderwetse leestafel, die vol ligt met bladen en kranten waarvan André de voorplaat siert of die hem aankondigen in een niets verhullend artikel. Wat moeten we deze man, die vier decennia lang – en zeker de laatste weken - onder de loep van journalisten heeft gelegen, nog vragen? Alles moet inmiddels bekend zijn. Dat hij, na tien jaar afwezigheid, weer het theater in gaat bijvoorbeeld. En dat zijn nieuwe show geen revue wordt, en ook geen overzichtsvoorstelling van veertig jaar.

“Ik heb inderdaad al aan heel wat van je collega’s uitgelegd dat het anders wordt dan vroeger”, begint Van Duin, als hij is aangeschoven aan de leestafel. “De nieuwe show is simpeler van opzet; zonder balletten en zonder doekjes. Er zijn geen decorwisselingen, dus we gaan in één keer door. Nee, er zijn ook geen plaspauzes voor ons. We staan de hele avond op de bühne. Zelfs het omkleden gebeurt op het toneel: een andere pruik op, een nieuw jasje aan, heel snel allemaal.” Van Duin wordt op het podium vergezeld door Joke Bruijs, Ron Brandsteder en een muzikaal ensemble met Jan Rietman. Joke speelt onder meer Van Duins tweelingzus en parodieert Nelleke van der Krogt. Ron blijft meer zichzelf als quizmaster en presentator van een talentenjacht. Met dit compacte gezelschap trekt André langs zeventien theaters. “Optreden is geweldig, maar het reizen lijkt me verschrikkelijk”, verzucht hij. “Joke, Ron en ik reizen met z’n drieën in een bus. Ach, we proberen er maar het beste van te maken. We kijken een videootje en doen een tukje.”

In het huiselijke theatercafé van Van Duin prijken in een open vitrine memorabilia van het onvergetelijke duo Laurel en Hardy. André is een groot fan van Stan en Ollie; in zijn ogen allebei raskomieken. “Over een paar weken komen in die kast de kerstversieringen te hangen”, relativeert Andrés vriend Martin lachend. “En in het voorjaar de paaseitjes.” Martin volgt het gesprek van een afstandje, zittend op een kruk aan de bar, sigaretje in de hand. André van Duin gaat heel ontspannen met zijn homoseksuele geaardheid om. “Maar het is dan ook nooit een issue geweest. Het is niet zoals met Idols nu, dat iedereen op je nek gaat hangen. Jamai is zo ongeveer uit de kast geslágen. Maar toen ik in 1964 het televisieprogramma Nieuwe Oogst won, waren er nog geen Privé, Story en RTL Boulevard. Ik was gewoon een jongen die een bandparodisten-act deed, privé-zaken waren niet interessant. En over seksualiteit werd al helemaal niet gepraat. Toen ik op mijn zestiende in de artiestenwereld kwam, was homoseksualiteit daar al heel geaccepteerd. Ik was ook niet een overduidelijke homo om te zien. Dat was bij Jamai niet te missen. En dan kun je maar beter meteen open zijn, want de media komen er toch wel achter. Ze blijven net zo lang wroeten tot ze alles van je weten. Dat was in mijn tijd beter.”

‘Vergelijk het maar met Henny Huisman, die vegetariër is’

Van Duin beleefde zijn coming out heel rustig, zonder ophef. “Mies Bouwman vroeg het me eens, voor de Libelle of zo. Er was geen heisa, er werd heel normaal mee omgegaan. Ook bij mijn ouders had ik er nooit problemen over. Er werd nimmer over gesproken, zelfs niet toen er wel eens vriendjes bleven slapen.” André heeft nooit zo bij zijn geaardheid stilgestaan. “Vergelijk het maar met Henny Huisman, die vegetariër is. Ook zo vanzelfsprekend. Ik heb er wel veel brieven over gehad, ja. Van mensen die in mij een voorbeeld zagen. Of zich aan mij vastklampten. Dat begrijp ik best. Als ik ga vliegen, wat ik tricky vind, kijk ik ook naar de stewardessen en de andere passagiers. Wanneer die rustig blijven, is het goed. Ik heb mijn homo-zijn nooit verzwegen, er zelfs liedjes over gezongen, en als mensen daar steun in vinden, dan doet me dat wel iets. Ik heb er geen problemen mee gehad. Ook niet toen ik op Aruba woonde. Dat is trouwens de grootste fout van mijn leven geweest. Daar waren geen gezellige homokroegen. Er was níks te doen. De grootste attractie was als het KLM-toestel uit Nederland landde…”

Nee, dan Amsterdam! André van Duin verloor al heel vroeg zijn hart aan die stad. “Als kind had ik een telefoonboek van Amsterdam, want daar stonden allemaal artiestennamen in. Wim wilde nooit naar Amsterdam. ‘Daar word je overvallen’, zei hij altijd. Toen Wim overleed, ben ik niet veel later naar hier verhuisd. Ik ben een echt stadsmens. De stilte kan ik wel opzoeken als ik dat wil. Maar ik hou van leven om me heen.” Naar zijn geboortestad Rotterdam heeft André geen heimwee. “Dat is een prachtige stad om te winkelen, maar het heeft geen ziel. Er is niet, zoals hier, achter elke deur een gezellig café. Amsterdam heeft mij altijd getrokken. Ook op artistiek gebied gebeurt het allemaal hier. En al is Rotterdam in opkomst, het culturele niveau is nog steeds niet te vergelijken met Amsterdam.”

Zijn liefde voor de hoofdstad is in kleur weergegeven op een van de wanden van Andrés theater-thuiscafé. Een meterslange muurschildering toont alle idyllische plekjes van Amsterdam. Van Duin wijst op enkele markante bouwwerken in het weidse stadsgezicht: het Homomonument, zijn stamkroeg Pieper, Mc Donalds en De Bijenkorf. “En kijk hier, café Rouge aan de Amstel, waar we ’s zondags vaak heen gaan.” Toch verloochent de roodgekuifde artiest zijn geboortestad niet: naast de Westertoren priemt de Rotterdamse Euromast de lucht in en de markante Erasmusbrug overspant voor de gelegenheid een Amsterdamse gracht. Ook Martins geboortestad Deventer heeft een plekje gevonden in de muurschildering. “Het is maar een klein hoekje, da’s gemakkelijk over te schilderen”, grapt Andrés vriend.

Wie het pand van André en Martin wil verlaten en terug de Amsterdamse gracht op wil, moet eerst onder twee geschilderde vlaggen door: de groen-wit gebaande van Rotterdam en ‘die nare met een agressieve adelaar’ van Deventer. En krijgt en passant een mooi gekalligrafeerde, praktische raad mee: homo sapiens non urinat in ventum, een verstandig mens plast niet tegen de wind in. Een wijs advies waar André van Duin zich onmiskenbaar al minstens veertig jaar aan houdt.

2004 © Tekst Adri van Esch - Foto Geert van Tol



Twitter

Loading..