‘Erecode nummer één: ben altijd eerlijk!’

Dan Choi – Foto: SeanMD80
“Ik heb nooit iets homoseksueels gedaan terwijl ik in militaire dienst was”, zegt de Amerikaanse luitenant Dan Choi. Toch werd hij onmiddellijk uit het leger ontslagen toen bekend werd dat hij gay is. Het was het begin van een felle persoonlijke strijd tegen het Don’t Ask, Don’t Tell-beleid in het Amerikaanse leger. Die strijd heeft Dan gewonnen, maar het gevecht tegen het onrecht ging ten koste van zijn eigen leven.

Ooit was het Lloyds-hotel een vluchtelingenopvang, huis van bewaring, jeugdgevangenis en een verzamelgebouw van kunstenaarsateliers. Tegenwoordig doet het grote Lloyd-complex in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam, dat dateert uit 1919 en gekwalificeerd is als Rijksmonument, dienst als vergadercentrum, café-restaurant en hotel. Je moet wat betekenen om in zo’n eerbiedwaardige locatie een zaal naar je vernoemd te krijgen. Daniel Choi is het gelukt, althans voor één dag. De Amerikaan die in de Verenigde Staten het gezicht werd van de strijd tegen het vermaledijde Don’t Ask, Don’t Tell-beleid in het leger is voor enkele dagen in Nederland en staat met toewijding de vaderlandse pers te woord. Om die gepast te kunnen ontvangen, staat een hele zaal hem ter beschikking, compleet met Dan Choi-wegwijzers er naar toe. En een bordje Dan Choi op de glazen deur, met daaronder het opschrift Stilte a.u.b., want bij het indrukwekkende verhaal dat de amper dertigjarige Amerikaan te vertellen heeft hoort gepaste rust.

Daniel Choi – Dan voor vrienden – was infanterist in het Amerikaanse leger. Hij volgende zijn opleiding tot officier aan de oudste militaire academie van de Verenigde Staten, die van West Point in de staat New York, en studeerde af op de Arabische taal en op milieutechniek. Choi diende in 2006 en 2007 in Irak, waar zijn Arabische taalvaardigheid uiterst welkom was. In 2008 maakte hij de overstap naar de nationale garde. In maart 2009 was Dan Choi te gast in de talkshow van Rachel Maddow, waar hij het Don’t Ask, Don’t Tell-beleid aan de kaak stelde en bekende zelf ook homoseksueel te zijn. Die regel werd in 1993 door president Clinton ingevoerd. Kern is dat militairen wel homo of lesbisch mogen zijn, maar zich moeten onthouden van ‘homoseksuele daden’. Het alleen al spreken over hun geaardheid valt daar ook onder. Sinds de invoering zijn er volgens cijfers van het Pentagon bijna dertienduizend militairen ontslagen vanwege hun seksuele gerichtheid. Meteen na zijn optreden in de Rachel Maddow Show kreeg Dan een ontslagbrief in de bus. Hij schreef vervolgens president Obama en het Amerikaanse Congres aan. In zijn brief stelde Dan dat het Don’t Ask, Don’t Tell-beleid een klap in zijn gezicht was en ook in dat van zijn soldaten, zijn collega’s en zijn leidinggevenden die hadden aangetoond dat ze over meer dan voldoende professionaliteit beschikken om diversiteit te accepteren. De strijd die Dan Choi voerde, samen met diverse homoseksuele militairen die zich bij hem aansloten, resulteerde vorig jaar in een overwinning: het Don’t Ask, Don’t Tell-beleid zal worden afgeschaft. Op de dag dat die beslissing viel, toog Choi naar het rekruteringsbureau in New York om zich opnieuw voor het leger aan te melden. Op 22 december tekende Barack Obama de wet die het Don’t Ask, Don’t Tell-beleid definitief naar de prullenbak verwijst; Dan Choi was daarbij aanwezig. Naar verwachting zal de wetgeving in de komende weken effectief worden; openlijke homo’s en lesbiennes kunnen dan weer solliciteren op militaire functies en kunnen niet meer vanwege hun geaardheid ontslagen worden.

‘Het kan nog wel tien jaar duren voordat mijn ouders het begrijpen’

Onberispelijk in uniform gestoken stapt Dan Choi zijn ‘eigen’ zaal binnen, op zwarte schoenen die blinken als spiegels. Een open blik, een gulle lach en een ferm uitgestoken hand laten zien dat we niet te maken hebben met een verbitterd man. Wel met een nog steeds strijdbare man, zo blijkt uit het gesprek. Hij is voor het eerst in Amsterdam, vertelt hij. De straten van onze hoofdstad herinneren hem aan steden in Noorwegen en Zweden, waar hij al wel eens was, en zelfs aan die in New York. “Niet vreemd”, lacht hij, “dat is vast de invloed van Peter Stuyvesant.” Hij verheugt zich over zijn deelname aan het hoofd van de botenparade door de stad, twee dagen later, maar geeft eerlijk toe tot voor kort nimmer van dat spektakel te hebben gehoord en er zelfs nog nooit beelden van te hebben gezien. Maar de trip tot dan toe was naar zijn zeggen al heel indrukwekkend – en dan moet de grachtenparade nog komen – want hij kreeg van onze nationale luchtvaartmaatschappij geheel onverwacht een upgrade naar business class. “Ik had nog nooit eerder business gevlogen”, glimlacht hij. “Daar heb ik het geld niet voor.” Achter de indrukwekkende pracht en praal van het uniform van Choi blijkt een tragisch verhaal schuil te gaan, een verhaal van verstoting en leven als een dakloze. “Ik heb een oudere broer, die ook in het leger zit, en een jongere zus”, begint Dan Choi zijn levensgeschiedenis. “Mijn vader was aanvankelijk ook militair, maar is nu dominee in Californië. Hij was eerst boeddhist, vervolgens Confucianist en uiteindelijk bekeerde hij zich tot het christendom. Hij was missionaris in China. Mijn moeder deed ook missiewerk, in Duitsland. Daar hebben zij elkaar ontmoet. Ze zijn beide extreem anti-gay. ‘Gay is not true’, staat volgens hen in de bijbel, en ze zijn er van overtuigd dat er geen Aziatische homo’s bestaan. Ik vroeg hen: En wat als ik een Koreaanse man trouw? ‘Je gaat geen twee mannen weghalen uit de voortplantingsplicht, dan draag je niet bij aan de groei van ons volk’, was hun antwoord. Mijn moeder zit nog steeds in de ontkenningsfase en meent dat als ze maar blijft bidden, het goed komt met mij. Ze wil dat ik de demonen laat uitdrijven. Dat hebben ze bij mijn zus ook laten doen; zij had last van chronische stemmingswisselingen. Dan kun je wel voorstellen hoe heftig het er bij mij aan toe zal gaan…” Choi heeft al ruim anderhalf jaar geen enkel contact meer met zijn ouders. “Ik was voor hen twee jaar uit de kast. Ze konden er moeilijk mee omgaan. Toen ik op televisie kwam, werd het voor hen nog zwaarder mijn geaardheid te accepteren. Maar ik vond dat ik eerlijk moest zijn tegen hen. Dat hadden ze me altijd voorgehouden: wat er ook is, ben altijd eerlijk. Ik hou van ze en daarom moesten ze het weten. Op West Point was erecode nummer één: ben te allen tijde eerlijk! Ik kon het niet meer verzwijgen. Ik probeerde hen duidelijk te maken dat ik ze geen moeilijkheden wilde bezorgen. Ik loop niet op hoge hakken, heb geen aids, dood in het dagelijkse leven geen mensen en heb geen transgendergevoelens. Ik zei ze dat het grootste gebod in de bijbel niet voor niets ‘Heb uw naaste lief zoals uzelf’ is. Maar het hielp allemaal niets; ze zien homoseksualiteit als een zonde, een misdaad.” Ondanks deze traumatische ervaringen heeft Daniel Choi zich niet afgewend van het christendom Hij voelt zich nog steeds christen, maar niet in de traditionele manier. “Ik geloof dat Jezus er voor iedereen is, ook voor bedelaars, armen, homo’s. Ik ga nog steeds naar de kerk, maar dan wel naar de roze Metropolitan Church. Laatst mocht ik er de preek verzorgen. Ik dacht dat mijn ouders wel trots zouden zijn en nodigde hen uit. Ze kwamen niet. Ja, de problemen met mijn ouders wegen voor mij zwaarder dan die met de staat. Toch blijf ik me inzetten voor een verzoening. Het kan nog wel tien of misschien wel twintig jaar duren voordat mijn ouders het begrijpen, maar nog voordat ze dood zijn, zijn ze pro-gay.”

‘We zouden juist een voorbeeld aan Nederland moeten nemen’

Dan Choi is er trots op een activist te zijn. “Al heeft het wel lang geduurd voordat ik het woord ‘activist’ in de mond durfde te nemen. De overheid heeft geen andere keus dan vooruit te gaan. Martin Luther King zei het al: ‘Wachten werkt elke vorm van emancipatie tegen’. We kunnen niet langer dralen, dat is zelfmoord. Dat wil ik de staat luid duidelijk maken. En ook de homogemeenschap, maar helaas krijg ik daaruit maar weinig steun. Veel homo’s zijn gemakzuchtig, uit op vlugge pleziertjes en uiterlijk vertoon. Hun status is belangrijker dan strijden voor gelijke rechten. Sommige homo’s beten me zelfs toe: ‘Fuck you, je bent een man met twee gezichten, een bitch’. Ze betichtten mij van bedelen en overvragen. Maar dat móet je wel, wil je iets bereiken. Het grootste kritiekpunt uit de gay community was dat het nu leek dat homo’s herrieschoppers zijn die altijd lopen te zeiken. Dat ik protesteerde kwam op ze over als een vlagverbranding, zeiden ze, als een belediging van de Stars and Stripes. Nee, van de homogemeenschap moest ik het niet hebben.” Ook financieel moest Choi het in zijn eentje rooien; van de homobeweging kwamen geen subsidies of giften los. “Achteraf ben ik daar blij om, want subsidies werpen toch een drempel op omdat je tegenstrijdige belangen krijgt. Maar ik heb het financieel ontzettend zwaar gehad. In het begin was ik zelfs dakloos. Ik had geen huis of kamer, leefde in mijn Jeep. Die auto parkeerde ik steeds in een andere wijk van New York. Ik deed mijn behoefte bij Starbucks of in een fles. Ik leefde op bananen en tonijn uit blik. Door het slechte eten begon ik mijn haren te verliezen. Nu leef ik van mijn kleine invaliditeitsuitkering – ik heb klachten overgehouden aan diverse botbreuken en heb problemen met mijn longen – en geef lezingen en spreekbeurten op scholen, vaak ook gratis. Ik had geld opzij gezet uit de tijd dat ik in Irak diende, maar de overheid wil ruim drieduizend dollar terug vorderen omdat ik mijn tijd niet heb uitgediend. Nou vráág ik je: ík wilde wel, maar zij flikkerden me buiten! Voor buitenstaanders lijkt het wellicht wat vreemd dat ik me aan de ene kant inzet als militair en aan de andere kant in de clinch lig met de overheid. Maar ik zie dat los van elkaar: ik strijd voor mijn land, maar vecht tegen de regering. De Verenigde Staten worden Home of the Brave genoemd, maar ik geloof niet dat mijn vaderland zonder fouten is. Kijk naar wat generaal John Sheehan tijdens een hoorzitting over het Don’t Ask, Don’t Tell-beleid vorig jaar beweerde: dat omdat de Nederlandse krijgsmacht homo’s toelaat Srebrenica destijds gevallen is. Zo’n man zet ons land voor schut. We zouden juist een voorbeeld aan Nederland moeten nemen!”

Volgens Dan Choi is het ombuigen van de stereotypen die er over homo’s en lesbiennes bestaan één van de manieren om het klimaat in het leger te veranderen. “Als je om jezelf kunt lachen en om de geijkte vooroordelen die er over ons bestaan, dan breng je de ander in verlegenheid. We moeten de stereotypes doorbreken, laten zien dat er bijvoorbeeld ook homoseksuele football players en militairen zijn. We hebben zelfs homoseksuele presidenten gehad. Humor helpt, ik heb dat meermalen ervaren. Had ik dat maar geweten toen ik op highschool zat. Toen was ik echt anti-gay, gebruikte veelvuldig woorden als fag, gross (smerig) en dyke. Ik was zo bang dat mijn ware gevoelens naar buiten zouden komen dat ik de grootste homofoob was die je kunt bedenken. Veel homo’s haten zichzelf, met als uiterste consequentie dat er jonge homo’s zijn die zelfmoord plegen.”

‘Hun status is belangrijker dan strijden voor gelijke rechten’

De meest effectieve manier om op te komen voor gelijke rechten voor homo’s en lesbiennes is volgens Dan Choi die strijd onderdeel maken van de strijd voor burgerrechten. “Net zoals er in ons land gevochten is voor de rechten van vrouwen, zwarten, slaven, immigranten en indianen, moeten we ons nu inzetten voor onze rechten. Homorechten zijn burgerrechten. In het begin krijg je daar boze reacties over, maar die woede is nodig om mensen een spiegel voor te kunnen houden. Daarin kunnen ze zien hoe lelijk het is wat ze zeggen en doen. We moeten ook liefde en vertrouwen terug geven, ook aan onze vijanden, buiten én binnen de homogemeenschap. En we moeten de hetero’s die ons steunen dankbaar zijn.” Met een vette knipoog: “Vergeet niet dat zij ons het meest helpen; ze verwekken telkens weer nieuwe homobaby’s.”

2011 © Tekst: Adri van Esch – Foto: SeanMD80

 

 

Twitter

Loading..