Buddywerk is goud waard

Rob Kruit, Buddynetwerk Den Haag - Foto: (c) Adri van Esch
Tijd, aandacht en betrokkenheid, dat is wat een buddy kan bieden aan iemand die ziek of eenzaam is. Leidenaar Rob Kruit is al zes jaar buddy. “Ik probeer mijn maatje aan iets anders te laten denken dan de dagelijkse zorgen.”

 De PDF van dit artikel staan onderaan deze pagina 

Twee jaar nadat Rob Kruit met vervroegd pensioen was gegaan waren alle klussen in en om huis gedaan, hadden de kinderen alle hulp gekregen bij het verhuizen en was hij helemaal ontstrest. Het werd tijd om een nieuwe invulling van zijn vrije tijd te vinden. De Leidenaar nam contact op met het Buddy Netwerk in Den Haag om uit te vinden of hij daar wellicht iets zinnigs kon doen met zijn ervaring. Hij wist dat het Buddy Netwerk vrijwilligers – de buddy’s – koppelt aan mensen die chronisch ziek, eenzaam of licht dementerend zijn. Kruit bleek van harte welkom; er zijn altijd buddy’s nodig. Bij het Haagse Buddy Netwerk, dat ook diverse omliggende gemeenten bedient, zijn vierhonderd vrijwilligers in touw, maar er zijn liefst vijfhonderd cliënten, ook wel maatjes genoemd. Er is dus steeds een wachtlijst en buddy’s worden daarom met open armen ontvangen. “Elke nieuwe buddy krijgt een cursus van vijf dagdelen om zich voor te bereiden op het vrijwilligerswerk en om te toetsen hoe hij of zij met de diverse situaties omgaat”, vertelt Rob Kruit. “Tijdens die cursus kan een buddy in principe nog afvallen, daar zijn ze bij het Buddy Netwerk heel reëel in. Na de cursusdagen word je gekoppeld aan een maatje, aan iemand die vecht tegen eenzaamheid, aan een oudere die lichtdementerend is of aan een zieke, om de familie voor een dagdeel te ontlasten.” Rob is inmiddels aan zijn zesde maatje toe. “Ik kom wekelijks bij een mevrouw die de ziekte van Kahler heeft, een ongeneeslijke aandoening aan de botten. Ze weet dat ze nooit meer beter wordt, maar ze is een knokker. Ze heeft al heel veel onderzoeken ondergaan en liep ook nog een ziekenhuisbacterie op. Daardoor functioneert haar been niet meer en is ze gekluisterd aan een rolstoel. Ik bezoek haar één middag, meestal aan het begin van de week. Het tijdstip dat je met elkaar optrekt bepaal je samen met je maatje, alles kan. Soms heb ik al in mijn hoofd zitten wat we kunnen gaan doen, soms niet. Dan beslissen we dat ter plekke. De ene keer doen we boodschappen of gaan we iets wat gekocht is maar niet bevalt ruilen. En soms zitten we alleen maar te kletsen. Of we geven de middag een meer praktische invulling: een ziekenhuisbezoek bijvoorbeeld. Maar als het even kan gaan we met de auto op pad, naar het strand of het bos. Mijn maatje vindt Meijendel leuk, dus daar gaan we regelmatig heen. Ik duw haar dan in de rolstoel door het natuurgebied, we drinken wat en we babbelen. De buddy is er om de cliënt een dagdeel uit het isolement te halen of aan iets anders te laten denken dan de dagelijkse zorgen.”

‘Ik moest nog één keer uitvliegen’

De 66-jarige Rob Kruit is inmiddels ruim acht jaar met vervroegd pensioen. De laatste vijf jaar van zijn arbeidsloopbaan werkte hij als adviseur Personeel en Organisatie bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, het huidige Ministerie van Infrastructuur en Milieu. “Ik heb heel wat papieren tijgers gemaakt”, zegt hij lachend, verwijzend naar de adviesrapporten die hij geschreven heeft. Voor zijn carrière bij het ministerie werkte Rob 33 jaar bij de Universiteit van Leiden. Hij begon er als administratief medewerker en switchte rond zijn 26e naar personeelszaken. Hij werd veldwerker – steeds verbonden aan een andere faculteit – en personeelsadviseur. “Ik was 52 toen ik besloot over te stappen naar de landelijke overheid”, vertelt hij. “Iedereen verklaarde me voor gek, maar ik moest nog een keer uitvliegen, dat voelde ik. Bij Verkeer en Waterstaat heb ik zes jaar met plezier gewerkt. Ik had er heel veel mensen de VUT ingepraat, en toen was het mijn eigen tijd.”

‘Ik krijg energie van een
glimlach op het gezicht’

Rob Kruit is naast buddy bij de Haagse organisatie ook voorzitter van de vrijwilligerscommissie. De tijd en moeite die hij in het Buddy Netwerk steekt, wordt rijkelijk beloond, vindt hij. “Als je maatje zegt: ‘Bedankt en tot volgende week!’, of een glimlach op het gezicht, dat is waar je het voor doet. Daar krijg je energie van.” Kruit geeft toe dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is. Hij herinnert zich zijn allereerste cliënt nog. “Normaal gesproken verleen je de hulp voor een tijdsperiode van één jaar, met een mogelijke verlenging tot twee jaar. Maar van hem heb ik al veel eerder afscheid moeten nemen. Hij was aan de drank en ik heb er alles aan gedaan hem daar van af te helpen. Ik heb hem een aai over de bol gegeven en een trap onder zijn kont. Helemaal niks hielp! Het was echt zonde van mijn tijd.” Het komt ook voor dat er op droeve wijze afscheid moet worden genomen omdat een maatje overlijdt. Kruit herinnert zich zijn naamgenoot Rob. “Ik ontmoette hem in juli. Hij had een kaalgeschoren hoofd, er was kanker geconstateerd. Al in september overleed hij. Ongelooflijk, Rob stond nog zo midden in het leven. Hij was nog niet klaar voor de dood. Dat was echt zwaar. Je weet dat de ander wat mankeert, je probeert te helpen waar het kan, maar je bent geen dokter. Je praat, je luistert, je doet samen dingen, je tracht iemand uit de eenzaamheid te halen.” Meestal lukt dat gelukkig heel goed. Rob Kruit vertelt van een collega-buddy die bij een maatje kwam waar alle gordijnen potdicht zaten. “De cliënt was een zielig musje. Maar na een paar weken merkte de buddy plots dat de gordijnen een stukje opengeschoven waren. En na een paar maanden waren ze wagenwijd open. Dat is natuurlijk fantastisch. Daar krijg je zelf ook nieuwe energie van. En dan weet je: vrijwilligerswerk is goud waard!”

 Klik op de pagina voor de PDF van het artikel 

Rob Kruit Pag08 kleinRob Kruit Pag09 klein
2013 © Tekst en foto: Adri van Esch


Twitter

Loading..