Elke dag mantelzorg, al zeven jaar lang

Kiki Bernadina
Kiki Bernadina uit Delft zorgt al ruim zeven jaar voor haar moeder die lijdt aan Alzheimer. Eerst thuis, maar toen de situatie onhoudbaar werd en moeder naar een verzorgingshuis moest, verplaatste Kiki haar mantelzorgtaken naar haar moeders nieuwe woonplek. 

Het is het schrikbeeld van menig veertiger en vijftiger: zijn of haar ouders dagelijks te moeten verzorgen omdat er geen adequate zorg meer voorhanden is. Natuurlijk, een paar keer per week de boodschapjes doen, een stofzuiger door het huis of de tuin aanharken, iedereen doet het met liefde voor vader of moeder. Maar als de zorg verder moet gaan, als er samen gegeten moet worden omdat anders ondervoeding of uitdroging dreigt, als er medische handelingen moeten worden verricht, als er persoonlijke en wellicht zelfs intieme verzorging vereist is, dan slaat de schrik om het hart. Hoe moet dat? Waar halen we de tijd vandaan, de energie en het doorzettingsvermogen? 

Alles moet snel

In de nieuwe zorgplannen is een grote rol weggelegd voor mantelzorgers, voor kinderen, familieleden en buren. Die rol lijkt nog te overzien, maar wat brengt de toekomst? De situatie in de thuiszorg en verzorgings- en verpleeghuizen wordt steeds nijpender, ervaart Kiki Bernadina. De 47-jarige Delftse verzorgt haar moeder al zeven jaar. Dagelijks: eerst thuis en na ruim vier jaar nu in een verzorgingshuis in Rijswijk. “Onderbezetting is aan de orde van de dag”, vertelt Kiki een uurtje voordat ze weer afreist naar de woonplek van haar 81 jaar oude moeder. “Er komen steeds minder medewerkers op de afdelingen. In de afgelopen drie jaar heb ik meegemaakt dat er zes mensen ontslagen zijn en daar is welgeteld één verzorger voor teruggekomen. ’s Middags zijn er uren dat er slechts twee medewerkers zijn voor 32 bewoners. Ze willen wel goede zorg leveren, maar ze hebben er de tijd niet voor. ‘Alles moet snel’, is wat ik steeds weer hoor.”

Fruit schoonmaken is te duur

De moeder van Kiki Bernadina wordt eenmaal per week gedoucht. “Op een gegeven moment kwam ik er achter dat ze al vijf weken helemaal niet onder de douche was geweest. En niemand kon me vertellen waarom. En dan zit ik er nog achteraan…” Telkens als Kiki een vinger op een zere plek legt, wordt ze naar de manager gestuurd. “Daar heb ik al meerdere keren gezeten. De personeelsleden zijn bang voor hun baan en dirigeren me naar het management. Verpleegkundigen zitten echt in de tang. De manager haalt steeds de financiële situatie aan: ‘Dit is het geld dat ik heb, daar moet ik het mee doen’. En dus krijg je de absurde situatie dat iemand die te veel tijd aan een bewoner besteedt weg moet. Dat er geen fruit meer is, niet omdat dat al te duur zou zijn, maar omdat er niemand is om het schoon te maken. Toen de verhalen over de moeder van staatssecretaris Martin van Rijn naar buiten kwamen, was iedereen geschokt. Maar het gebéurt zo wel, iedere dag, ik zie het zelf.”

Ik heb moeten hameren

De moeder van Kiki Bernadina had haar eigen huis in Delft, niet ver van haar dochter vandaan. “Ze woonde er fijn en alles verliep prima, totdat mijn moeder me tien keer op een dag begon te bellen met steeds dezelfde vraag”, herinnert Kiki zich. “Ze wist dingen niet meer, ging alles verstoppen en kwam haar afspraken niet na, terwijl mijn moeder juist zo zorgzaam is. Toen ze op een dag mijn dochtertje niet afhaalde van het kinderdagverblijf, gingen alle alarmbellen rinkelen. De huisarts was heel afhoudend: ‘Ach, ze is gewoon een beetje in de war, iedereen vergeet wel eens wat’. Reacties die je ook vaak in de thuiszorg en verplegingshuizen hoort bij beginnende dementie; het wordt vaak niet herkend. In 2008 stortte mijn moeder ’s nachts in elkaar en toen heb ik aangedrongen op actie. Ik heb echt moeten hameren.”

Wat is het hier gezellig

Moeder Bernadina woont nu sinds vijf jaar in een verpleeghuis in Rijswijk en ze heeft het daar zeker naar haar zin. “Ze heeft een eigen kamer waar altijd muziek aan staat en ze helemaal tot rust komt”, glimlacht Kiki. “Ze is blij dat ze er is en zegt dat ook vaak. En ook ik laat het blijken als het goed gaat. ‘Jeetje, wat is het hier gezellig’, zeg ik dan. Want het is niet alleen maar kommer en kwel. Op de enkeling die de kantjes er af loopt na, werken de medewerkers erg hard. Ze krijgen heel veel over zich heen en het demotiveert enorm dat ze met te weinig zijn. Dus een schouderklopje hebben ze verdiend en kunnen ze ook gebruiken. En in Rijswijk zijn heel veel vrijwilligers, dat is een zegen. Zij verzorgen activiteiten in het huis, maar worden steeds vaker gevraagd voor dagelijkse zaken als ontbijt en lunch. En tegen flexwerkers wordt vervolgens gezegd: ‘Ga maar, we hebben nu vrijwilligers’. Die komen daar terecht tegen in opstand.”

Het hoofd boven water houden

Voor Alzheimerpatiënten is regelmaat en herkenning van levensbelang, weet Kiki Bernadina. “Het is belangrijk dat er vaste mensen aan huis komen voor de zorg. Maar dat gebeurt niet: het zijn heel vaak flexwerkers, iedere dag weer iemand anders. Mensen met dementie zijn heel achterdochtig. Als er dan weer eens iemand anders in huis kwam, zei mijn moeder : ‘Wegwezen’. En dan gingen ze. Ik zie gewoon dat er een neerwaartse spiraal is, dat mensen in de zorg bezig zijn met het hoofd boven water houden. Binnenkort worden ook de managers wegbezuinigd in het verzorgingshuis van moeder. Dan zijn er twee ‘zelfaansturende’ teams. Ik moet nog zien of dat goed gaat, ik hou mijn hart vast. Er moeten juist mensen bij, want het personeel kan het simpelweg niet meer aan. Laatst was men een suikerpatiënt die aan bed gekluisterd was vergeten eten te geven. Afschuwelijk, maar vind je het gek?”

Kwantiteit voor kwaliteit

Dagelijks gaat Kiki rond half twaalf naar haar moeder. Nagels doen, de lunch klaarmaken. Dan samen eten, hapje voor hapje. “Soms wil ze niet meer eten”, vertelt Kiki. “Maar dan zegt ze na een kwartier plots: ‘Ho, een lekkere boterham met chocoladepasta’. Kijk, die tijd heeft het personeel niet. Feit is dat mensen zonder mantelzorgers het altijd minder hebben. Triest om te moeten constateren, maar het is zo. Gelukkig is in Rijswijk dankzij alle vrijwilligers de sfeer en gezelligheid optimaal. Je zou alle bewoners persoonlijke begeleiding van een mantelzorger gunnen, maar ik snap heel goed dat dat niet iedere dag kan. Kinderen die één keer in de week komen, lopen de kans dat ze een verkeerd beeld krijgen. Dan zit pa of ma keurig gewassen en met gekamde haren klaar voor het bezoek. Hetzelfde als de inspectie komt: dan ziet alles er piccobello uit. De dag erop is het weer verre van brandschoon. Het is echt geen onwil, het heeft te maken met de capaciteit. In de zorg van tegenwoordig gaat kwantiteit voor kwaliteit.”

Meer rust bleek een misrekening

“Als ik niet iedere dag zou komen, was mijn moeder er niet meer”, is de trieste constatering van Kiki Bernadina. “Ze heeft al drie keer het Noro-virus opgelopen. Als ik haar niet ‘opgelapt’ had, was het gegarandeerd verkeerd afgelopen. Ik dacht dat er iets meer rust voor mij zou komen toen mijn moeder naar het verzorgingshuis verhuisde. Dat bleek een misrekening. Maar ik klaag niet hoor! Ik zie dat verplegers en verzorgers keihard werken. En ik voel dankbaarheid dat ik nu mijn moeder kan helpen zoals zij mij jarenlang geholpen en gesteund heeft. Als ik dan de deur uitloop en mijn moeder hoor zingen, ga ik met een gerust hart weg. Blij dat ik zoveel kan betekenen voor iemand.”

2015 © Tekst en foto: Adri van Esch

 

 

Twitter

Loading..