De beer en de eekhoorn, het zijn twee uitersten. De één knorrig en egoïstisch, de ander speels en behulpzaam. Maar de hoofdrolspelers in Fabula in de Efteling worden toch vriendjes van elkaar. Net zoals de makers van Fabula maatjes worden met de dieren.

Hij ziet er gezellig uit: de wollige, waggelende beer die de hoofdrol speelt in de nieuwe film Fabula in de Efteling. Maar echt gezellig is het dier niet: hij is egoïstisch, duldt geen andere dieren om zich heen en wil de warme, droge grot met niemand anders delen. Deze beer heeft een lesje nodig, vindt Klaas Vaak. Met de hulp van een schattig eekhoorntje – zo weggelopen uit het Sprookjesbos – leert hij de knorrige beer dat je ook in de dierenwereld verder komt als je samenwerkt. Zoals het in sprookjes en ook fabels betaamt: eind goed is al goed. Door het avontuur dat de eekhoorn en de beer samen beleven, leren ze elkaar kennen en waarderen. De twee dieren worden vriendjes voor het leven.

Fabula is opvolger van PandaDroom, die na zeventien jaar nodig aan vernieuwing toe was. Een team van bijna honderdvijftig specialisten werkte ruim twee jaar aan Fabula; in Kaatsheuvel en in het Engelse Bristol, waar Aardman Animations de film produceerde. Drie hoofdrolspelers in het grote team dat Fabula mogelijk maakte zijn ontwerper Jeroen Verheij, ontwerpcoördinator Peter Koppelmans – beide van de Efteling – en Steve Harding-Hill, creatief directeur van filmstudio Aardman. Ook zij werden vriendjes van de dieren die van Fabula een succesverhaal maken.

Jeroen Verheij is vriendje met de eekhoorn

Ontwerper Jeroen Verheij bedacht de karakters, en gaf ze het echte Efteling-gevoel mee. Hij raakte verknocht aan alle dieren in de film, maar toch het meest aan het eekhoorntje. “Het is een positief ingesteld, licht naïef diertje”, vindt Jeroen. “Positief zijn, gevoel hebben voor humor en er willen zijn voor anderen, dat herken ik in mezelf ook wel. Dat is waarom ik de eekhoorn zo plezierig vind. De eekhoorn en de beer ontstonden min of meer tegelijkertijd, maar de beer was er net ietsje eerder. We waren op zoek naar een karakter dat de tegenovergestelde eigenschappen had van die grote egoïstische, beetje lompe beer. Het kleine, vrolijke, onbevangen eekhoorntje is de perfecte tegenpool.”

De eekhoorn is niet alleen een hoofdrolspeler in de film, maar was dat ook gedurende het hele ontwikkelingsproces, vertelt Jeroen. “Maar dat geldt voor meer dieren die je in de film terug ziet komen. Sommige dieren hadden we al; de zeeschildpad, de panda’s en de apen zaten ook al in PandaDroom. Die hebben we weer een mooi rolletje kunnen geven in Fabula. Ik ben heel blij met hoe goed dat gelukt is, het voelde nooit als een beperking. Alle dieren zijn belangrijk en dat is ook de hoofdboodschap: niemand is meer dan een ander.”

In het logo van Fabula heeft de eekhoorn ook een ‘rol’ gekregen. “De poot van de beer is prominent aanwezig, want ja: zo is de beer”, laat Jeroen zien. “We hadden in eerste instantie de staart van de eekhoorn heel subtiel toegevoegd. Later hebben we die groter gemaakt en zelfs nog een klein stukje van de vorm van de eekhoorn eraan toegevoegd. Ook weer om te benadrukken: het eekhoorntje is net zo belangrijk als de beer. Het eekhoorntje is voor mij echt één van de sterren van de film omdat hij zorgt voor heel veel leuke, humoristische momenten. Hij treedt ook dapper op; hij redt de beer een aantal keren uit netelige situaties. En hij is heel aandoenlijk. Het eekhoorntje heeft echt mijn hart gestolen.”

Peter Koppelmans is vriendje met de struisvogel

Peter Koppelmans is heel resoluut in zijn keus: hij wijst de struisvogel aan als zijn maatje uit Fabula. “Ik vind dat zo’n leuk, grappig beest geworden”, zegt de ontwerpcoördinator enthousiast. “Humor stond bij ons bovenaan; we wilden een film maken waarbij mensen als ze naar buiten komen breed glimlachen. Dat was vanaf het begin ons uitgangspunt. En de struisvogel laat die humor goed zien. Bovendien maakte de struisvogel het ook mogelijk dat we enkele sterke 3D-effecten konden neerzetten. Ik zal niet alles verklappen, maar als de struisvogel zijn kop in de grond steekt, levert dat een mooi visueel effect op. Als de beer door Klaas Vaak in een struisvogel wordt veranderd, is dat de eerste transformatie. Hij schrikt daar enorm van en hij is nog steeds boos op de eekhoorn. Hij wil naar de eekhoorn brullen, maar ja, hij is een struisvogel, dus daar komt een heel ander geluid uit. Dat is gewoon leuk.”

Een geluid dat ook gelach in de zaal veroorzaakt, maar dat aanvankelijk een klein geschilpunt opleverde tussen de Efteling en Aardman, is de scheet die de struisvogel laat. “We hebben tijdens het ontwikkelingsproces alle ideeën de revue laten passeren. De scheet was zo’n idee van ons, maar het was niet meteen duidelijk of we die wel overeind konden houden. Aardman gaat de film wereldwijd distribueren en twijfelde of zo’n grapje op de internationale markt wel zou werken.”

Uiteindelijk heeft de scheet het toch gered. En Peter is daar blij mee: “Onze zaal bezat al de mogelijkheid voor een geureffect. Die mogelijkheid wilde ik optimaal benutten en ik wilde die geur een goed plekje geven. Ik was op zoek naar een rotte-eierenlucht, je kent ze nog wel uit je schooltijd: verpakt in een glazen capsule en uitermate geschikt om de klas mee op stelten te krijgen. Die zijn echter niet meer te krijgen omdat de lucht te giftig bleek. Op die geur kon ik dus mijn hand niet meer leggen. Er zit nu een tijdelijke ‘scheetlucht’ in, maar die wil ik absoluut nog vervolmaken zodat je echt denkt ‘bah!’ als de struisvogel zijn scheet laat. De geur moet iets penetranter worden”, glimlacht Peter.

Steve Harding-Hill is vriendje met de beer

Steve Harding-Hill, creatief directeur van het Britse Aardman Animations en regisseur van Fabula, wijst lachend naar de eekhoorn en zegt: “Als ik zou moeten kiezen wie ik zelf zou zijn, is het die”. Maar toch kiest hij voor de beer als zijn makker vanwege het verhaal achter het dier. “De beer is de eenzame ziel en hij moet veranderen. De eekhoorn hoeft niet te veranderen; die is van begin tot eind aardig. De beer is bij aanvang een behoorlijk vervelend mormel. Het is een beproefde verhaallijn: je neemt een niet zo aardig karakter en je zet ‘m in een andere omgeving om hem te laten veranderen. Eerst was hij de jager, nu wordt er op hem gejaagd. Hij is ineens niet meer de baas en ziet plots het leven vanuit een heel ander perspectief.”

De eekhoorn probeert de beer te helpen, maar het diertje loopt aanvankelijk constant in de weg en veroorzaakt problemen. Gaandeweg helpt hij de beer meer en meer. “Aan het eind van de scène rond het koraalrif erkent de beer dat de eekhoorn nuttig voor hem is, al vindt hij het moeilijk dat toe te geven. Aan het slot omhelst de beer zelfs zijn nieuwe maatje, zij het met enige tegenzin. In de oerwoudscène beseft de beer dat de eekhoorn weliswaar behoorlijk hinderlijk is, maar dat het toch ook zijn vriendje is.”

Van beren op de weg tijdens de ontwikkeling van Fabula wil Steve niet spreken. “We werkten met enthousiaste, ruimdenkende mensen, aan beide kanten. Zo nu en dan moesten we elkaars voorstellen uitproberen. Maar we zeiden nooit bij voorbaat ‘nee’. We testten het en kwamen dan weer op nieuwe ideeën. We vonden steeds een manier om er samen uit te komen. Ik wist dat al vanaf het begin van onze samenwerking, ruim twee jaar geleden: Aardman en Efteling, we begrepen elkaar. En samen hebben we deze fantastische productie tot stand gebracht!”

► Meer interviews op Parkplanet.nl