• MARK RUTTE GROEIDE IN HET ONDERWIJS

    Mark Rutte

Aan het begin van zijn politieke loopbaan was Mark Rutte staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In die functie – die de minister-president vervulde van 17 juni 2004 tot 27 juni 2006 in het tweede kabinet-Balkenende – wilde hij vooral ruimte geven aan de professionals binnen het onderwijs en op de studenten afgestemd maatwerk leveren. “Want een jongere zonder voldoende vooropleiding is haast kansloos op de arbeidsmarkt. Dat lijkt een beetje op met pensioen gaan op je achttiende; niet de bedoeling dus.”

“Het woord groeiproces schrijf ik met hoofdletters; ongelooflijk wat ik hier op Onderwijs en ook op Sociale Zaken allemaal heb geleerd. Ik heb de unieke kans gehad om in twee jaar tijd twee departementen van binnen te zien. Met totaal verschillende onderwerpen, maar met een vergelijkbaar professioneel apparaat.” Mark Rutte trad in juli 2002 aan als staatssecretaris van Sociale Zaken en stapte afgelopen juni over naar Onderwijs. Het ministerie werkt aan een positiever imago van het vakgebied met de slogan ‘Je groeit in het onderwijs’. Dat geldt niet alleen voor de leerkrachten, maar ook voor de nieuwe staatssecretaris zelf. “Ik heb geleerd lichtpuntjes aan de horizon te zien en mensen te engageren voor het toekomstbeeld dat ik voor ogen heb. Maar ook om keuzes te maken in een tijd van schaarste. Dat is mijn taak als politicus. De mensen in het land, zoals Hans Wiegel dat altijd zo mooi zei, moeten voelen met welke intenties ik het allemaal doe, met welke ‘believes’. Het is daarom belangrijk dat ik goed communiceer. Ons kabinet opereert na de Fortuyn-revolutie. Bij Fortuyn ging het over het verlies aan verbondenheid tussen de bevolking en Den Haag. Ik wil er mijn steentje aan bijdragen om die relatie weer goed te krijgen. Ik zit hier om een paar dingen te doen die moeten gebeuren. Maar ik wil mezelf ook recht in de spiegel aan kunnen blijven kijken. Het klinkt misschien erg jaren tachtig, toch zeg ik het: ik wil mezelf blijven. En vrienden die me op televisie zien, zeggen dat me dat lukt.”

Korreltje zout

Mark Rutte zegt dat hij door alle lof die hem ten deel viel bij de overstap van het ministerie van Sociale Zaken naar Onderwijs niet naast zijn schoenen is gaan lopen. Vriend en vijand overlaadden hem met pluimen: ‘hij is een kanjer’, ‘de geschikte man voor deze klus’ en ‘een heel goede voor Onderwijs’. Maar Rutte nam ze met een korreltje zout. “Een mooi doel om naar te streven”, kwalificeert hij de loftuitingen nuchter. “Het enige dat me echt aanspreekt uit de reacties van collega’s is dat ze kennelijk vinden dat ik bruggen kan bouwen, coalities kan smeden en draagvlak creëren. Níet door iedereen maar gelijk te geven, maar door keuzes te maken die uitmonden in samenwerkingsverbanden met andere partijen.”

Relevante kennis

Mark Rutte volgde op 17 juni 2004 staatssecretaris Annette Nijs op, die na heftige botsingen met de Tweede Kamer de eer aan zichzelf hield en vertrok. Rutte betrok Nijs’ kamer in ‘de vulpen’, het hoge departementsgebouw naast het Centraal Station in Den Haag dat zijn spits doopt in de blauwe wolken. Voorlopig verzoent hij zich nog met de interieurstijl van zijn voorgangster: oranje muren met witte contouren van takken, zware Chinese kasten en Boeddhabeeldjes. “Ik durf het niet opnieuw in te richten”, glimlacht hij, zinspelend op de commotie die recentelijk ontstond over de te hoge bonussen die ambtenaren van zijn nieuwe ministerie ontvingen. “Misschien moet ik zelf de pot witsel maar eens ter hand nemen.”

Drie doelen heilig

Behalve milde kritiek over de smaak van Annette Nijs komt er over haar geen onvertogen woord over Ruttes lippen. “Beleidsinhoudelijk heeft zij een goede, liberale lijn ingezet. Zij heeft experimenten opgestart met selectie aan de poort, een oude wens die al een kwart eeuw binnen onze partij leeft. En ze heeft gezorgd voor samenwerking tussen mbo’s en het bedrijfsleven die er in moet resulteren dat studenten relevante kennis meenemen naar de arbeidsmarkt.” Het aanleren van vaardigheden die er toe doen op de arbeidsmarkt is ook een van harde doelen die Rutte zichzelf, en daarmee het landelijke lerarenkorps, stelt. “Er zijn drie doelen heilig voor mij: dat leerlingen iets kunnen op de arbeidsmarkt, dat ze onderweg niet uitvallen en dat ze naar het hbo gaan als ze dat kunnen. Die ambities zijn compromisloos! Het hoger beroepsonderwijs heeft op langere termijn mensen nodig. Naast havisten en vwo’ers moeten ook afgestudeerden aan het mbo-4 naar het hbo. Daar werken we hard aan. Ik maak me grote zorgen over het aantal drop-outs, leerlingen die vroegtijdig de school verlaten zonder diploma. Tussen die uitvallers zitten genoeg leerlingen die de capaciteiten hebben om mbo-4 te doen. En vervolgens ook door kunnen stromen naar het hbo.”

Met de rug naar school

Rutte tackelt het probleem van de drop-outs op drie vlakken. Allereerst generiek; door meer praktijkgericht te werken. “Veel jongeren kunnen niet meekomen op het theoretisch niveau van het mbo. Daarom werken we er hard aan om op mbo’s opleidingen aan te bieden waarbij theorie en praktijk beter gecombineerd worden. Het tweede waar we naar kijken is de aansluiting tussen vmbo en mbo. We willen meer maatwerk bieden. En tenslotte willen we ruimte geven aan professionals om drop-outs op te vangen”. Rutte komt met een voorbeeld. “Ik was op bezoek op het Zadkine College in Rotterdam, waar twee vrouwen leiding geven aan de jongeren die het moeilijk hebben en zowel leertechnisch als sociaal in de problemen zitten. Zij vertelden me dat er door de extra begeleiding geen uitval meer is. Dan zie je hoe belangrijk mensen zijn. Het liefste zou ik die twee vrouwen willen klonen, maar dat gaat een beetje moeilijk. Je ziet dat je professionals nodig hebt om de problemen te laten verdwijnen. Ik wil hen helpen door knelpunten in de regelgeving op te lossen. Minder regels, heldere geldstromen, dat is mijn streven. Naar het mbo gaat, naast de reguliere 2,3 miljard euro, honderd miljoen euro voor onderwijsverbeteringen, in maar liefst zeventien stromen. Op elk ROC (regionaal opleidingscentrum) is een directeur bezig om te lobbyen voor dat geld. Zo’n man of vrouw staat met de rug naar school en met het gezicht naar Den Haag. Dat kan toch niet…! Daarom wil ik die honderd miljoen gewoon toevoegen aan de 2,3 miljard. Want het onderwijs vernieuwen hoort tot de dagelijkse taken van de school.”

Diepte-investering

Mark Rutte geeft onomwonden toe dat hij het naar zijn zin heeft op zijn nieuwe post. Zijn eerdere stellingname – bij zijn entree in de politiek – dat hij na vier jaar zeker terug zou keren naar het bedrijfsleven heeft hij losgelaten. “In 2006 komt voor mij een beslissingsmoment; dan bepaal ik of ik er nog vier jaar aan wil plakken. Of ik de scherpte en versheid die ik van mezelf verlang nog een termijn vast kan houden”. Hij moet lachen om de veronderstelling dat hij in beeld is als toekomstig partijleider, een hypothese die ook gevoed is door de opmerking van Jozias van Aartsen dat Mark Rutte een ‘diepte-investering’ is. “Het is toch een belachelijk idee dat ik, met slechts twee jaar ervaring in de politiek, partijleider van de VVD zou kunnen worden. Zo werkt dat niet. Het zou arrogant zijn om daarover na te denken. Ik heb nog heel wat vlieguren nodig”. In ieder geval voldoet Rutte aan ten minste één eis waaraan een politiek leider moet voldoen: hij heeft een duidelijk beeld over de toekomst van de VVD. Die ideeën steekt hij niet onder stoelen of banken. En dat gaat wel eens fout, heeft hij ervaren. Krantenberichten meldden dat Rutte, samen met Melanie Schulz-Van Haegen, een pleidooi zou hebben gehouden voor een meer sociaal-liberale VVD. En dat hij vond dat de partij haar ‘bekakte Wassenaarse imago’ zou moeten afschudden. Rutte bestrijdt beide lezingen. “Ik heb nóóit gezegd dat de VVD sociaal-liberaal zou moeten worden. Of dat we meer naar links moeten. Ik heb wel gezegd dat ik het jammer vind dat we niet het aantal zetels halen dat we, los van wie de lijsttrekker is, kunnen halen. We moeten boven de veertig uit kunnen komen. Mijn analyse is dat we een te smal profiel presenteren aan de kiezer. Op de gebieden onderwijs, gezondheidszorg en kwaliteit van de publieke dienstverlening zijn we te lang onzichtbaar geweest. Ik heb een speech gehouden over hoe we weg zouden kunnen komen uit de range van 25 tot 30 zetels. Onze partij blijkt namelijk veel socialer te zijn dan de PvdA. Wij zeggen niet tegen werklozen of arbeidsongeschikten ‘u bent gecertificeerd zielig’. We laten mensen heus niet in de put zakken, maar ontnemen hen ook niet de mogelijkheid er zelf weer bovenop te komen. Mensen behouden hun eigen soevereiniteit. De PvdA zou nog iets kunnen leren van Drees. Die kwam een bedelaar tegen die hem om geld vroeg. Maar Drees weigerde en nodigde de zwerver uit om mee te gaan naar de armenzorg, waarvan hij bestuurslid was. Daar zouden ze de dakloze doorlichten en kunnen helpen.”

Iedereen welkom

De groei van de VVD naar minimaal veertig zetels stelt ook eisen aan de eigen partijorganisatie, betoogt Rutte. “In die bewuste speech heb ik mijn droom uitgelegd: dat op partijbijeenkomsten de mevrouw met de parelketting naast de meneer met het oorbelletje zit. Dat iederéén welkom is bij de VVD. Zo’n partij kan de dialoog en het debat met zichzelf en met de samenleving aangaan. En zo’n partij moet wel groeien; dan is het ondenkbaar dat we nog onder de veertig zetels zakken.” •